Seizoen 2010-2011

29 mei 2011
Harry Kanters
, Johnie Faren, Attila Korb en Bart Wouters. Harry Kanters is voor de bezoekers van Jazz at the Castle natuurlijk al lang geen onbekende meer. Hij trad al verschillende malen voor ons op. Voor het laatst op 11 december 2010 tijdens de Jazz Gala Christmas Party en daarvoor onder andere op 17 mei 2009. Harry heeft zich tijdens zijn talloze optredens al meer dan waargemaakt in verschillende jazzpianostijlen van ragtime en Harlem-stride tot swing en vroege bebop. Ook nu weer zijn de verwachtingen hooggespannen! Over een kleine week begint het Breda Jazz Festival en Harry (en niet te vergeten Barbara) hebben van de aanwezigheid van festivalgasten Johnie Faren en van Attila Korb gebruik gemaakt om een unieke bezetting voor dit laatste concert van het seizoen te creëren. De set wordt gecompleteerd door bassist en zanger Bart Wouters. Alle muzikanten treden op tijdens het Breda Jazz Fesyival.

Johnie Faren kan zich nauwelijks herinneren dat hij niet drumde. Zijn eerste drumset kreeg deze Amerikaan al toen hij vier was. Hij was meteen verkocht. Johnie had het geluk dat hij opgroeide in Chicago, bekend van vele muzikale activiteiten. Sinds hij op 9-jarige leeftijd ontdekt is door Gene Krupa heeft Johnie inmiddels met de groten der aarde gespeeld waaronder Bud Freeman en Lionel Hampton. Hij heeft als drummer over de hele wereld gereisd. Nu, ruim 50 jaar later, drumt deze ritmefreak nog steeds. En hoe!

Attila Korb. Deze jonge Hongaarse trombonist (1983) is een waar natuurtalent. Hij werd in 2007 uitgeroepen tot beste trombonist van Hongarije en won in 2009 tijdens het Breda Jazz Festival de Kobe Award. Dat laatste hield in dat Attila Korb werd uitgenodigd om datzelfde jaar in Japan te komen spelen tijdens het Kobe Jazz Street Festival. Deze jonge man is inmiddels een veelzijdig trombonist: hij beheerst vele jazzstijlen. Attila zegt niet veel, maar liever laat hij van zich spreken door zijn trombonespel. Daar wordt je vanzelf stil van. Zo mooi!

Ook Bart Wouters behoeft eigenlijk nauwelijks een introductie. Hij trad op voor Jazz at the Castle op 21 maart 2010 en tijdens de Christmas Party van 2009 met de band Jazz Connection waar hij als bassist en zanger al bijna achttien jaar deel van uitmaakt. Sinds drie jaar is hij bestuurslid van het Breda Jazz festival. Natuurlijk staat Jazz Connection ook dit jaar weer op het Breda Jazz Festival en voor het eerst is Bart nu ook te zien en te horen als festivalsolist in een aantal Festival Surprise Bands. Een mooie nieuwe uitdaging!

3 april 2011
Voor ons zullen optreden: Tom Goosen (cornet), Arno Hagenaars (banjo) en Ad Houtepen (bassax, altsax, klarinet en cornet). Alle drie spelen zij al geruime tijd in Miss Lulu White’s Red Hot Creole Jazzband. De band speelt authentieke puur zwarte jazz van de twintiger jaren. Het repertoire is samengesteld uit de erfenis van Joe King Olivers Creole Jazzband, Louis Amstrongs’s Hot Five and Seven, Jelly Roll Morton’s Hot Peppers, Clarence Williams, Thomas Morris en andere tijdgenoten. Deze keer dus echt klassieke oude stijl jazz.

Na aanvankelijke muzikale pogingen op blokfluit en gitaar en sopraan in het kerkkoor ontdekte Tom Goosen (1952) op 16 jarige leeftijd de trompet. Bij een dweilband in Bergen op Zoom leerde hij gaandeweg de primitieve eerste beginselen, waarbij hij veel gehad heeft aan de AMV muzieklessen eerder aan de Muziekschool. Thuis vond hij een plaat met muziek die grote indruk op hem maakte en die hij in het geheim, heeft grijsgedraaid. Het bleek Louis Armstrong te zijn, een liefde voor het leven. In militaire dienst een carrière op de bugel bij het harmonieorkest van de Cavalerie, Huzaren van Boreel, tot en met de taptoe (destijds in Delft) met het voor de gelegenheid heropgerichte wielrijderscorps. Marsen kunnen volgens Tom prachtig en verslavend zijn. Daarna de muziek opgezocht bij het straatorkest Brandaris, eerst op banjo, later trompet. Veel gespeeld met en geleerd van de te jong overleden Wim Kuijpers, geniaal multi-instrumentalist en levenskunstenaar. Broer Bart speelde in Breda bij de Alpinorleans en toen daar de trompetplaats vrij kwam aarzelde Tom geen seconde. Hij leerde daar de New Orleans muziek kennen, zijn stijl is daarna nooit meer echte revival geworden, zij stijl bleef zoals hij het zelf zegt oud-zwart. De stap naar de New Orleans Blackboots was een logische en welkome. Daar werd Armstrong en Jabbo Smith gespeeld en de muziek van de ondergewaardeerde George Mitchell. Het succesjaar was 1986 toen het orkest 2e werd op het concours van het Bredase Jazzfestival en Tom de solistenprijs kreeg. Vanaf 1990 speelt hij in Miss Lulu White’s Red Hot Creole Jazzband.

Ad Houtepen (1949) is na mislukte pogingen in de jaren 60 om een heel beroemd gitarist te worden, in 1970 begonnen als trompettist bij The Original Victoria Band en speelde in de 70-er jaren bij The Peat Boat Dixie Jazzband o.l.v. Rob Cremer, The Polka Dots, Ochtendchloor en in de jaren 80 bijde Frits Bayens Big band en voorloper van Miss Lulu White Creole Jazzband, die destijds ‘O-liever-dan-thuis’ heette. Vanaf 1987 als bassaxofonist bij de Jazz-o-matic Four, waarmee vele reizen zijn gemaakt o.a. naar de VS, Pakistan, Oman en Japan. Tegenwoordig speelt hij naast Miss Lulu en de Jazz-o-matic ook cornet, altsax en klarinetbij Andor’s Jazzband, waarmee dit jaar een aantal tournees naar Engeland, Denemarken, Zweden en Hongarije worden gemaakt. In het dagelijks leven in Ad leraar scheikunde aan het Stedelijk Gymnasium in Breda.

Toen Arno Hagenaars een jaar of 12 was was zijn grote hobby voetbal. Hij was doelman en een van zijn vriendjes had trombonelessen gehad en wilde een orkestje oprichten. Geluisterd werd naar de platen van de Dutch Swing College Band, destijds verreweg het populairste orkest in Nederland. Het orkestje van de voetbalvriend had behoefte aan een ritmisch instrument en Arno’s moeder besloot een banjo voor hem te kopen. Zij kwamen terecht bij de alom bekende saxofonist Joop Hendriks die hen een tenor banjo verkocht. Gelukkig wist Joop Hendriks wat voor type banjo hij nodig had voor traditionele jazz. Het orkestje overleefde de eerste repetitie niet maar omdat Arno nu eenmaal een banjo had en zich min of meer verplicht voelde aan zijn moeder ging hij door met spelen. Hij nam les en luisterde veel naar platen waarop Arie Ligthart van de Dutch Swing College Band speelde en soleerde. Al snel speelde hij in Dixielandorkestjes en leerde hij stap voor stap inproviseren en kopieerde bekende banjo solo’s zoals die van de befaamde Pete Mandell. Tom Stuip, een van de weinige professionele banjospelers in Nederland, hielp hem daarna verder. In de tachtiger jaren speelde hij in verschillende bands zoals Zjarretel, een band die speelde in de stijl van Fletcher Henderson. In de negentiger jaren sloot hij zich aan bij een groep die the Beau Hunks heet en die voornamelijk op projectbasis werkt. Het laatste grote project wat het heruitvoeren en op de CD vastleggen van het werk van Ferde Grofe, de arrangeur van het Paul Whiteman Orchestra. Tenslotte speelt hij nu al weer een aantal jaren in Miss Lulu White’s Hot Creole Jazz Band. Daarnaast speelt hij op dit ogenblik Latin American muziek en experimenteert hij met o.a. een elektrische banjo.

6 februari 2011
Onno de Bruijn
, Frits Katee en Marcel Hendricks. Onno de Bruijn is natuurlijk voor de trouwe bezoekers van Jazz at the Castle al lang geen onbekende meer. Hij maakt vanaf 2010 deel uit van de Dutch Swing College Band en heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om twee musici uit te nodigen waarvan de namen ook verbonden zijn met de Dutch Swing College band, een orkest dat zijn wortels vindt in de Tweede Wereldoorlog. In Nederland was jazzmuziek was tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s verboden. Een aantal jongeren wilden koste wat koste deze muziek behouden. Zij oefenden in het geheim, speelden illegale radio-uitzendingen na en waren vastbesloten om na de oorlog een school voor jazzmuziek op te richten: het Swing College. Op de dag van de bevrijding, 5 mei 1945, had het Orchestra of the Dutch Swing College haar eerste optreden. De leden gaven lezingen, organiseerden jazzbijeenkomsten en gaven les in jazzmuziek. Al snel veranderde de naam in Dutch Swing College Band. In 1960 werd de DSCBand een beroepsorkest, won ontelbare prijzen en speelt tot op heden wereldwijd met succes. Lange tijd stond slagwerker Onno de Bruijn bekend als wonderkind. Reeds op 14-jarige leeftijd speelde hij op het hoofdpodium van het Jazz Festival Breda. Met zijn functionele manier van begeleiden en opzwepende solo’s heeft Onno zich ontwikkeld tot de favoriete slagwerker van vele solisten in de New Orleans en Swing muziek. Hij begeleidde jazzgrootheden als Doc Cheatham, Scott Hamilton, Slim Gaillard, Clark Terry, Major Holley en Bob Wilber. Onno is jarenlang verbonden geweest aan de Belgische ‘Fondy Riverside Bullett Band’, de ‘Jojo Swingband’ en ‘Swingcats’. Hij heeft op zeer vele internationale podia gespeeld (o.a. USA en New Zealand) en meegewerkt aan talloze platen en Cd’s. Vanaf 2010 maakt Onno deel uit van de Dutch Swing College Band.

Frits Kaatee, 1938 – klarinet, sopraansax, tenorsax, baritonsax. Frits begon met musiceren op 11 jarige leeftijd als accordeonist in het orkest ‘The Sunny Boys’, waar hij medeoprichter van was. Zijn eerste klarinetlessen kreeg hij van Arie Ligthart, de toenmalige banjoist van de DSCBand. In 1956 werd de band omgedoopt tot ‘The Storktown Dixie Kids’ waarmee al in 1956 plaatopnames gemaakt werden. Frits speelde oa. in de New Orleans Syncopaters, orkest van Andy Star, Ted Easton’s Jazzband, Dixieland Pipers, Dixieland All Stars en de Dixieland Street Paraders . In 1995 kreeg Frits de Duketown Award. Zijn eerste kontakt met de Dutch Swing College Band dateert uit 1975 toen Frits 3 weken inviel als vervanger voor de zieke Peter Schilperoort. Frits Kaatee concerteerde met onderstaande musici uit de USA: Bobby Hacket, Billy Butterfield, Peanuts Hucko, Jimmy McPartland, Buddy Tate, Bud Freeman Ralph Sutton, Kai Winding, Al Grey en Curtis Fuller. Zijn muzikale voorbeelden zijn Jan Morks, Dim Kesber en Edmond Hall op klarinet, Buddy Tate en Ben Webster op tenor en Bob Wilber op sopraansax.

Marcel Hendricks (1937, piano) kreeg op 7 jarige leeftijd zijn eerste klassieke pianolessen. Na zijn lyceumtijd richtte hij de Tin-Pan-Alley Jazzband op, een dixieland formatie waarmee hij zijn TV-debuut maakte voor de BRT. Begin jaren 70 ging dit orkest over in de Four-City-Seven plus One, die musiceerde in de authentieke Chicago-stijl en waarmee bij Phonogram het LP-debuut werd gemaakt. In 1975 kwamen drie leden van de Dutch Swing College Band met Marcel tesamen om het Flashback Quartet op te richten, teneinde de muziek van Benny Goodman nieuw leven in te blazen en waarbij Marcel zo’n 10 jaar aan de piano zat. Ondertussen maakte hij met Huub Janssen’s Amazing Jazzband diverse CD’s. In de jaren 80 richtte Marcel de Lady-Day Reunion Band op. Als een hommage aan Billie Holiday en Teddy Wilson kon hij hier zijn pianostijl volldig vormgeven. In 1992 werd “Marcel Hendricks’Jazzformatie “Q” geboren, afgeleid van Quintessence. Hij speelde samen met o.a. Peanuts Hucko, Bob Wilber, Bud Freeman, George Probert,Tom Baker, Dan Barrett, Doc Cheatham, Mighty Flea Conners, Albert Nicholas en Dany Doriz.
Sinds Oktober 2004 maakt Marcel deel uit van de Dutch Swing College Band, die hij op eigen verzoek heeft verlaten september 2010.

14 november 2010
Joep Peeters
, Fapy Lafertin en Koen de Cauter. Joep Peeters is een alleskunner uit Breda en was al een aantal keren bij ons te gast en zorgde steeds voor swingende muziek die werd gebracht met een aanstekelijk enthousiasme en een humorvolle presentatie. Voor een korte samenvatting van zijn jazzloopbaan zie de voorbeschouwing van 25 januari 2009. Vandaag wordt het erg spannend want hij ontvangt twee Belgische grootheden Fapy Lafertin en Koen de Cauter die beiden afzonderlijk maar ook samen een indrukwekkende muzikale carrière opgebouwd hebben.

Fapy Lafertin werd geboren in de Romani gemeenschap van Manouches en begon gitaar te spelen op zijn vijfde, waarna hij samen met zijn vader als violist en zijn broer op tweede gitaar in een familie-orkest optrad. Op een dag in 1965 kwam het orkest van Bamboula spelen in café de Klokkeput in Sint-Martens-Latem, nabij Gent. De eigenaar van dat café was Emiel De Cauter en zijn restaurant was een trekpleister voor artiesten en muzikanten. Emiel zelf was kunstschilder en speelde viool. Het was tijdens dat optreden dat de zoon van de eigenaar, Koen De Cauter, kennismaakte met een van de muzikanten, de toen dertienjarige Fapy. Korte tijd later kwam Piotto Limberger naar datzelfde café en Koen en Fapy werden lid van zijn orkest. Het zou voor hen een nuttige leerschool betekenen in de gipsy swingmuziek. Later speelde Lafertin bij het Waso Quartet met Koen de Cauter op sax en klarinet, Albert Vivi Limburger op drums en Michel Verstraeten op akoestische bas. ‘Waso’ was ook de Noorse naam van het toen driejarige zoontje van Koen De Cauter waar de groep zijn naam van ontleende. Het Waso Quartet begon met in cafés in België en Nederland te spelen, met een repertoire aan oudere melodieën. In 1975 verscheen de eerste LP van de groep, met de titel “Live at Gringo’s”, geïnspireerd op een van hun caféshows. Fapy Lafertin had intussen Django Reinhardts muziek goed bestudeerd en speelde diens solo’s noot voor noot na van de oude 78 toeren platen. Met deze groep zorgde Fapy Lafertin voor een heropleving van de Hot Club Jazz-stijl in de Lage Landen. In 1985 richtte Lafertin zijn eigen kwartet op en later begon hij een solocarrière. In 2004 vormde hij een nieuwe formatie met Koen de Cauter op klarinet, waarbij hijzelf elektrische gitaar speelde. In 1998 zorgde Lafertin ervoor dat zanger en gitarist Bamboula, die vroeger zijn carrière had in gang gezet, na 70 jaar als muzikant opgetreden te hebben, een CD zou opnemen. Fapy speelde gitaar, bijgestaan door twee neven van hem, ritmegitarist Dadie Lafertin en bassist Wiwits Lafertin. Bamboula speelde hierbij viool en nam de zang voor zijn rekening. De CD kreeg de titel “Oe Djoevia” en werd spoedig gevolgd door “Me am kolle marsch”, beide verzamelingen van walsen en oude liedjes die anders vergeten zouden worden. Deze opnames werden echter nooit gecommercialiseerd en gewoon privé verkocht. Lafertin werkte samen met onder meer Charlie Byrd, Scott Hamilton, Al Casey, Milt Hinton, Benny Waters en Stéphane Grappelli, eens Django Reinhardts partner.

Koen de Cauter is West-Vlaming van geboorte. Zijn moeder had een zuivere stem, zijn vader was kunstschilder, violist, filosoof en kroegbaas, een puur artiest. Hij is voornamelijk autodidact op gitaar en sopraan saxofoon, later meer en meer zang. Hij participeerde in ontelbare projecten en werkte samen met talloze groten uit de wereld van de muziek. Hij is te beluisteren op 35 eigen LP’s of CD’s en als gast op nog eens ruim 40 andere albums. Koen De Cauter is een wandelende roman fleuve, een man van vele verhalen. Hij leefde bij de zigeuners maar stond ook een aantal keren op de affiche van het wereldvermaarde Jazz & Heritage Festival in New Orleans, om twee uitersten te noemen. Bovenal is hij iemand die integer bezig is met zijn muziek. Na al die jaren luidt zijn leuze nog steeds: “Nieuwsgierig blijven en muzikale plannen uitbouwen tot ik er bij neerval.” Hij richtte in ’75 het befaamde Waso Quartet op (genoemd naar zijn eerst geborene) wat zorgde voor een ware heropleving van de Hot-Club muziek, geprezen Brassens vertolker, projecten en opnames rond Guido Gezelle, Sydney Bechet, de Manouche zigeuners, New-Orleans Jazz, musette, Hongaarse zigeunermuziek… En zoals het ooit altijd zo was bracht hij ‘de stiel’ over op zijn kinderen. Wat zo begon als gelegenheidsensemble met enkele sporadische optredens, groeide na enige tijd uit tot het middelpunt van de activiteiten van deze familie. Ondertussen staan Waso, Vigdis Dajo en Myrddin na 15 jaar podiumervaring met allerlei formaties en projecten stevig in hun muzikale schoenen. Daar waar Koen Hot-Club en swingjazz mengde met allerlei andere stijlen zoals musette, chanson en tsigane werden deze nog eens verder beïnvloedt met ieders smaken en voorkeuren: flamenco, klassiek, ‘moderne’ jazz, volksmuziek… Al deze stijlen worden echter op een zo natuurlijke wijze gebracht dat ze versmelten in een gemeenschappelijke taal die vooral gekenmerkt wordt door de dichte band tussen de verschillende familieleden. Aan de andere kant zit de kracht van hun muzikaal samenspel ook in contrasten, verscherpt door de vijf sterke persoonlijkheden. Lichtmoedig/expressief, ernstig/humoristisch, improvisatie/arrangementen… Kortom: een eigen lichaam en geest als muzikale entiteit. Na vele opnames in allerlei formaties brachten ze in 2003 een eigen cd op de markt: Ulysse. Hij werkte samen met o.a. Wannes Van de Velde, Sammy Rimington, Sing Miller, Sam Lee, Topsy Chapman, Juanita Brooks, David Paquette, Piet Chielens, Mikhail Bezverkhny, Johan Verminnen, Patrick Saussois, Jopie Jonkers, Daniel Colin, Jean Corti, Tcha Limberger, Fapy Lafertin, Vaya Con Dios, Marie Laure Beraud, Spil es nok a mol, The New Orleans Zulus, The Fondy Riverside, Roland, Csikos Janos, Dominique Pierard, Catherine Delasalle, Rony Verbiest, Roy Bailey, Vera Coomans, Robb Johnson, Alma Sinti, Herlinde Ghekiere, Ernö Bango, Sergei Glukharev, Christos Michos, Sandór Jaroka, Bill Greenow, Maryse Edon, Hendrik Braeckman, Bill Greenow, Joop Ayal, Frank Fields, Sing Miller, Colin Strickland, Sam Lee Lloyd Lambert, Stanley Stephens, Jon Marks en natuurlijk met zijn zonen Waso, Dajo en Myrddin.


26 september 2010
Delirium Tremolo
. Tom Stuip heeft in 1987 Delirium Tremolo opgericht als studioband met als doel een LP op te nemen met de banjo als lead instrument, iets wat in de jazz nauwelijks voorkomt. Samen met Ronald Jansen-Heijtmajer op bas saxofoon en Guido Nielsen op piano en viool werd een LP opgenomen voor het Amerikaanse “Stomp Off” label en werd opgetreden op een aantal festivals, voornamelijk in Duitsland maar ook in Breda. Omdat Ronald stopte met bas saxofoon spelen werd de bezetting gewijzigd: Carmen Jacobs op viool, Hans de Bruijn op piano en de Zweed Frans Sjöström op bas saxofoon. Er werd met name een aantal keren op het Askersund Jazz Festival in Zweden opgetreden. In de praktijk woonden echter de bandleden te ver uit elkaar en ging Delirium Tremolo in de sluimerstand tot 2009. Naast leider Tom Stuip bestaat de bezetting nu uit Carmen Jacobs op viool, Robert Veen op bas sax en de Haagse pianist Erik Doelman op piano. Zojuist is een nieuwe CD opgenomen, wederom voor het “Stomp Off” label. Tom Stuip, Robert Veen en Carmen Jacobs zijn geen onbekenden voor de trouwe bezoekers van Jazz at the Castle. Tom en Robert traden onlangs nog voor ons op als deel van de Aces of Syncopation in 2008 zowel bij een concert als bij de Christmasparty. Ook Carmen Jacobs was al wat langer geleden enkele keren bij ons te gast, voor het laatst in 2002. Erik Doelman is nieuw voor ons, hij is muziekdocent in Den Haag en een veel gevraagd bebop pianist. In die kringen is hij beter bekend dan in het oude stijl circuit.